Mon oncle


Regie: Jacques Tati (1958)

Regisseur Jacques Tati (1907-1982), de zoon van een Russische vader en een Nederlandse moeder, maakte vier films rond het personage Monsieur Hulot, Mon oncle was de tweede, na Les vacances de Monsieur Hulot. Deze film is zijn bekendste en meest gewaardeerde film, hij won de Oscar voor beste buitenlandse film, de prestigieuze New York film critics award en de speciale juryprijs op het filmfestival van Cannes. Het is de eerste Tati-film in kleur, en hij houdt qua stijl het midden tussen Les vacances en het latere Playtime. Zoals de andere films is het een grotendeels visuele komedie, waarbij de sfeer versterkt wordt door het geluid en waar met een langzaam tempo ruim de tijd genomen wordt om de ideeën van de regisseur vorm te geven. De film bekritiseert de gemoderniseerde Franse samenleving, door de spot te drijven met allerlei moderne gebruiksvoorwerpen. Vooral in de Verenigde Staten werd de film populair.

Monsieur Hulot (Jacques Tati) is de dromerige en klungelige oom van het jongetje Gérard, de zoon van een rijk echtpaar in een modern huis dat op het eerste gezicht van alle gemakken is voorzien. Achter deze façade gaat echter veel schijn schuil, zoals Tati al snel in de film laat zien. De fontein in de strakke tuin wordt bijvoorbeeld pas aangezet op het moment dat er een vreemde op bezoek komt en de goed uitgeruste keuken is zonder gebruiksaanwijzing eigenlijk onmogelijk te gebruiken, zeker voor de wat kinderlijke Monsieur Hulot. Mevrouw Arpel, de zus van Hulot, doet haar best om haar broer in hun wereldje in te passen, en probeert hem zelfs te koppelen aan een buurvrouw. Hulot (met de eeuwige pijp in zijn mond) heeft echter geen idee hoe hij zich dient te gedragen, en bij alles wat hij doet gaat er wel wat fout. Zelfs een baan in de fabriek die hij van zijn zwager krijgt aangeboden weet hij binnen de kortste keren te verprutsen, hij lijkt nog het beste in zijn element ver weg van al die moderne en steriele dingen en mensen, in het buurtje waar zijn huis staat en waar hij tenminste normale menselijke contacten lijkt te hebben met zijn buren.

De films van Tati moeten vooral in hun context bekeken worden. Op het eerste gezicht zijn ze op zijn minst gedateerd te noemen, in een tijd waarin moderne dingen ook echt gebruiksvriendelijk zijn geworden en waarin de mens in zekere opzichten het onpersoonlijke (wat Tati zag als een van de vloeken van de moderne tijd) tot nog toe redelijk heeft weten te overwinnen. Bij een nauwkeurige beschouwing van de film is het echter ook mogelijk de film buiten de tijd om te appreciëren. Vooral de wijze waarop Tati humoristische cinema met een boodschap weet te maken is een belangrijke verdienste, en iets waarom hij ook nu nog gewaardeerd kan worden. Tati zet twee levensstijlen – die van het echtpaar Arpel en die van Hulot – scherp tegenover elkaar, zowel in gedrag, expressie en leefomgeving. In de ene leefwereld lijkt de toegenomen uiterlijke welvaart alle spontaniteit en joie de vivre te hebben weggenomen, in de andere is er plaats voor rommel, maakt de stratenveger liever een praatje dan dat hij daadwerkelijk veegt, lopen hondjes vrij rond, kunnen kinderen zorgeloos spelen. Tussen dat alles Monsieur Hulot, die er echter ook weer niet helemaal deel van lijkt uit te maken, maar zich er wel vele malen meer geaccepteerd voelt dan in de glimmende en glanzende schone schijn.

Wie dit werk van Tati op waarde wil schatten moet er de tijd voor nemen en aandacht voor de details hebben. Als stijl zijn de films van Tati uniek, hetgeen voor hemzelf zowel een zegen als een vloek was: met het latere Playtime, waarin hij zijn stijl tot in het extreme doorzette, zou hij failliet gaan. In 2009 zal er opnieuw aandacht zijn voor het werk van deze Franse meester, wanneer de animatiefilm The Illusionist uitkomt, naar een scenario van Tati, verfilmd door de maker van Les triplettes de Bellevile, Sylvain Chomet.

Mon oncle, met onder anderen Jacques Tati, Jean-Pierre Zola, Adrienne Servantie, Lucien Frégis, Betty Schneider, Jean-François Martial, Dominique Marie, Yvonne Arnaud.